De gevolgen voor verzekeringen en pensioen

Pensioen, ziekteverzuimverzekering, WGA hiaat, WGA Excedent en
WGA Eigen Risicodragen

Aan de dekkingen verandert niets. Bij ziekte, of in het ergste geval zelfs overlijden door het Coronavirus, zijn de dekkingen van kracht. Verzekeraars hebben geen beperkingen in de dekking. Alleen bij nieuwe aanvragen voor een ziekteverzuimverzekering zijn er enkele verzekeraars die geen aanvraag in behandeling nemen. Lopende offertes blijven tot hun geldigheidsdatum van kracht.
 
Pensioen en betalingsonmacht
De ingrijpende maatregelen kunnen in een aantal gevallen leiden tot betalingsonmacht van de pensioenpremies. In een dergelijke situatie geldt er een aantal regels:
 

  • Het verminderen of stopzetten van de premiebetaling kan alleen betrekking hebben op het werkgeversdeel. De eigen bijdrage van de werknemers moet
    wel worden afgedragen.
  • Er moet sprake zijn van aantoonbare ingrijpende wijzigingen van omstandigheden door onverwachte gebeurtenissen waardoor premieafdracht niet meer mogelijk is.
  • Het verdient aanbeveling om risico dekkingen zoals het nabestaandenpensioen in stand te houden.
  • De verzekeraar of de PPI zal de werknemers informeren nadat de werkgever aangemaand is tot betalen. Het is uiteraard beter om dit zelf te communiceren.
  • Drie maanden nadat de pensioenuitvoerder de werknemers op de hoogte heeft gebracht van de betalingsachterstand kan zij het contract beëindigen. Het stopzetten zelf mag met 5 maanden terugwerkende kracht voordat de werknemers zijn geïnformeerd. 
  • Indien er sprake is van een Bedrijfstak Pensioenfonds (BPF) moet de werkgever het BPF onverwijld in kennis stellen van de betalingsonmacht. Onverwijld is binnen 14 dagen na het vervallen van de premienota.
  • De pensioenopbouw gaat voor de werknemers binnen een BPF onverminderd door. Uiteraard kan het wel gevolgen krijgen voor de dekkingsgraad als veel ondernemingen niet in staat zijn de premienota te voldoen.
  • Een apart punt is de hoofdelijke aansprakelijkheid van de bestuurder(s). Het niet afdragen van de eigen bijdrage of het te laat melden aan het BPF van de betalingsonmacht, kan leiden tot hoofdelijke aansprakelijkheid.

 
Pensioenopbouw bij arbeidsduurverkorting
Maandag 16 maart 2020 heeft het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen van de Belastingdienst antwoorden gepubliceerd op vragen over de pensioenopbouw bij arbeidsduurverkorting. Er wordt onderscheid gemaakt in drie situaties:
1. Ten tijde van de arbeidsduurverkorting blijft de dienstbetrekking geheel in stand. Er blijft dan sprake van een pensioengevende diensttijd. Als de loonsverlaging kan worden betiteld als gebruikelijk, wordt de pensioenopbouw voortgezet over het loon dat werd genoten voorafgaand aan de tijdelijke arbeidsduurverkorting.
2. Het is ook mogelijk dat de dienstbetrekking tijdens de arbeidsduurverkorting tijdelijk (gedeeltelijk) wordt beëindigd. Als de werknemer in dat geval een inkomens vervangende, loongerelateerde uitkering ontvangt (bv WW-uitkering), dan is sprake van pensioengevende diensttijd. De pensioenopbouw wordt ook dan voortgezet over het loon dat werd genoten voorafgaand aan de arbeidsduurverkorting.
3. Het derde scenario is arbeidsduurverkorting waarbij geen sprake is van onvrijwillig ontslag of geen inkomens vervangende, loongerelateerde uitkering wordt ontvangen. In dat geval kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van vrijwillige voortzetting van de pensioenopbouw.
 
De nieuwsbrief is samengesteld naar de kennis van 20 maart 2020. Mochten er nieuwe ontwikkelingen zijn of belangrijke wijzigingen, dan zullen wij u daarvan op de hoogte brengen.
 
Wij wensen u in deze onzekere tijden veel sterkte en gezondheid toe!
Bij vragen staan wij voor u klaar!
 

 
Delen: